Historische roman

In september ben ik gestart met de specialisatie ‘Roman en Korte verhalen’ van de Schrijversacademie. Aan het begin was ik nog volledig onwetend over het onderwerp van het te schrijven verhaal. Het met lege handen staan bij aanvang van het kennismakingsgesprek maakte mij wat onzeker. Maar – gelukkig – vond ik in de door de academie getipte literatuur de voor mij goed helpende affirmatie. En nee, dat woord kende ik tot voor kort ook niet. Ik heb het ook even opgezocht, het betekent ‘bevestiging’: ‘een positief zinnetje dat je zo goed in je hoofd opneemt dat je er echt in gaat geloven’. Afkomstig uit het boek ‘The Artist’s Way’ van Julia Cameron. Een fragment:
– Creativiteit is een zegen die ik graag aanvaard.
– Mijn creativiteit is een zegen voor anderen.
– Ik aanvaard nu Gods hulp bij de ontplooiing van mijn leven.

– Ik geloof nu dat God van kunstenaars houdt.

En toen, zonder krampachtig zoeken, vond ik mijn onderwerp. De Zeeuwse bolus. Althans, dat is waar het mee begon. Wist je dat dit zoete gebak een joodse oorsprong heeft? Verdreven door de Spaanse koning zochten joden hun toevlucht in andere landen. Zo kwamen er ook Sefardische Joden in Zeeland. Ook hier waren ze als jood hun leven niet zeker – Zeeland viel toen nog onder Spaans gezag. Al in Spanje kozen veel joden voor de doop, het alternatief was de dood. In Zeeland maakten ze deel uit van de bevolking, waren voor hun buren katholiek en later met de komst van het calvinisme zaten de bekeerde joden ook in de Nederlands Hervormde banken. Maar thuis werden de meeste joodse feesten en gebruiken nog steeds gehouden en doorgegeven – al dan niet wat aangepast of veranderd met de tijd. In die situatie vindt een van de twee verhaallijnen plaats uit het verhaal.

De andere lijn speelt zich af vlak na de Tweede Wereldoorlog. In de Tweede Wereldoorlog waanden veel Sefardische Joden zich veilig. Hun familie had zich in de geschiedenis vermengd met de Zeeuwen. Zij voldeden niet aan de strenge uiterlijke kenmerken, zoals vastgesteld door Hitler. Dat maakte hen anders dan de Asjkenazische Joden afkomstig uit Oost-Europa. Veel Sefarden hebben hun familielijnen nagezocht in de hoop vrijgesteld te worden van deportatie. Maar veelal tevergeefs.

Het verhaal:
Tien jaar na de Tweede Wereldoorlog is Stiene de Nooijer werkzaam bij een restorette in Middelburg, waar zij joods gebak serveert. De recepten haalt zij uit het kookschrift van buurvrouw Blommaert, dat Stiene samen met andere belangrijke spullen voor haar buren had achtergehouden in het geval dat zij terug zouden keren na de oorlog. Zij was er kind aan huis en wist zo de – in haar ogen – belangrijkste spullen te redden van de plunderingen. Opmerkelijk was dat de familie Blommaert, met moeder Blommaert als nazaat van Sefardische Joden, buiten zicht was van de Nazi’s. Tot de ochtend van deportatie. Wie had hen verlinkt? In 1955 keert de enige overlevende van de familie, buurjongen Barend – inmiddels zijn Joods-zijn volledig afgezworen, terug naar Middelburg om zijn buurmeisje te confronteren met de rol van haar vader in de deportatie van familie Blommaert.
Samen met Stiene gaat de lezer op zoek naar de waarheid over de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog. Daarbij ontdekt zij de bijzondere familielijn, zoals deze is vastgelegd achterin het kookschrift. Lukt het haar om Barend zijn Joodse achtergrond terug te laten omarmen, zodat deze niet net als zijn familie uitsterft?

 

Advertenties