Column #20

Een beetje meer Jezus

‘Do they see Jesus in me. Do they recognize your face. Do I communicate your love and your grace?’ – Joy Williams

Ik lach. Ik moet me eigenlijk schamen. Maar ik lach. Met lichte gene, dat wel. We zitten om de tafel. Ik en vijf andere meiden. Vrouwen. We kletsen over de liefde, lekker eten en onze dagelijkse dingen. Tot een van de dames opmerkt: “Ik heb jou eigenlijk nog nooit negatief over iemand horen praten, behalve over…” Busted! Het is waar. Er is een persoon waarbij ik iets meer moeite moet doen om positieve karaktertrekken te ontdekken. ‘Luister, jij oordeelt over andere mensen en je hebt kritiek op hun gedrag. Maar de dingen waar jij kritiek op hebt, die doe je zelf ook.’ [Romeinen 2:1] Oeps. Paulus is duidelijk.

Een maand later. Ik lig in de tuin. Heb mijzelf naar buiten gestuurd. De lente is begonnen. De thee is gezet. Het kleedje gespreid. De Bijbel [in gewóne taal] ligt open. De allereerste brief van Paulus aan de christenen in Rome. Paulus en ik hadden eerst niet zo’n klik. Ik vond hem nogal vol van zichzelf in Handelingen. Maar nu maak ik kennis met zijn lieve hartje. ‘Elke dag bid ik voor jullie. En elke keer vraag ik aan God of ik eindelijk naar jullie toe mag komen. […] Ik wil jullie graag ontmoeten.’ [Romeinen 1:9-11] Paulus was eerst heel geen lieverdje. Heel wat Joden heeft hij het leven zuur gemaakt. Hij is totaal veranderd. Onherkenbaar. Dat merk je, dat lees je. Hij neemt geen blad voor zijn mond, wijst terecht, maar wel vanuit liefde. En daar kan ik nog veel van leren. Ik snap dat namelijk niet zo goed. Hoe dat nu precies werkt. Elkaar liefdevol terechtwijzen. Ik stuntel, doe maar wat. Grinnik. En krijg het schaamrood op mijn wangen. Ik probeer het wel. Liefdevol zijn – ook als de ander er een andere levenswijze op nahoud. En dat gaat best aardig. Denk ik. Al zou ik best wat meer mogen zijn zoals Jezus. ‘I could use a little bit more Jesus, and a little bit less of me.’ [Chris August]

Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar ik moet daar soms best aan wennen. Aan mensen die veranderen – zich afkeren van hun misschien niet zo heel slimme keuzes. Saulus werd Paulus. Jodenvervolger werd opperverkondiger van Jezus. Een jongen die aardig wat meisjes had weten te strikken, staat nu als volwassen man te zingen over Jezus voor propvolle zalen. Een man die eerst bekend stond als een ruziezoeker, een kort lontje, was door zijn ontmoeting met Jezus opeens een zachte, meelevende man geworden. Het duurde even voor ik het geloofde. Tot ik hem eens recht in de ogen keek en zàg dat er iets anders aan hem was. De blik in zijn ogen. Rust. Liefde. Mensen veranderen. Maar, misschien meer nog: God verandert mensen. En dat kan ik alleen maar vatten, door Hem te begrijpen. Leren te kijken naar mensen, zoals Hij ze ziet. Zonder fouten, zonder ‘smet’. En misschien dat Paulus – juist Paulus – mij daar nog wel het een en ander over kan leren. Het zou toch mooi meegenomen zijn – een getuigenis an sich – als gezegd kan worden: “Wieteke, ik heb jou eigenlijk nog nooit negatief over iemand horen praten.” Punt. Gewoon een punt. Geen uitzonderingen.

“It’s amazing that you’d ever use me, but use me the way you will. Help me to hold out a heart of compassion and grace. A heart that your spirit fills. May I show forgiveness and mercy the same way you’ve shown it to me.” – Joy Williams

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s